Skip to main content

Sp.a-voorstel voor vermogenswinstbijdrage gewikt en te licht bevonden

Sp.a lanceerde de voorbije weken een voorstel dat de grote vermogens zwaarder moet doen meebetalen. Althans, zo lijkt het. We namen het voorstel onder de loep en stelden vast dat daar in de praktijk niet veel van terecht zal komen.

Dat de grote vermogens moeten worden geactiveerd, daar zijn steeds meer mensen van overtuigd. De allerrijksten zitten op een berg geld, terwijl de werknemers steeds te horen krijgen dat ze te veel verdienen en dat ze langer moeten werken. Daarom heeft de PVDA een voorstel uitgewerkt dat aan duidelijkheid en efficiëntie niets te wensen overlaat: de miljonairstaks, een vermogensbelasting die alleen de 2 % rijksten treft.

Ook sp.a springt op de kar en lanceert nu ook een voorstel in die richting. Vermogenswinstbijdrage, zo heet het bij de sociaaldemocraten, maar dat is bijlange niet hetzelfde als een vermogensbelasting.

De mosterd van de sp.a

Sp.a is de mosterd voor haar voorstel voor een vermogenswinstbijdrage duidelijk gaan halen bij onze noorderburen. Daar bestaat zoiets als een vermogensrendementheffing (zie verder). Die is in Nederland ingevoerd in 2001 door de toenmalige paarse regering ter vervanging van de bestaande roerende voorheffing op spaarrente en dividenden, en ter vervanging van de bestaande vermogensbelasting. Rechts zag de vermogensbelasting niet meer zitten. De vermogensrendementheffing daarentegen werd sinds de invoering in 2001 nooit ter discussie gesteld wordt…

De sp.a heeft er een eigen versie van gemaakt. Het gaat ook over een belasting van 30 % op een fictief rendement van 4 % op het gemiddelde vermogen, die in de plaats komt van de gewone roerende en onroerende voorheffing. Nu wordt in België al een belasting geheven op inkomens uit vermogen. Namelijk een voorheffing van 15 % op interesten en van 25 % op dividenden. Deze belastingen op reële inkomens worden in het sp.a-voorstel dus vervangen door een belasting van 30 % op de ‘fictieve’ inkomsten.

Vraagtekens bij de vermogenswinstbijdrage


1.
De vermogenswinstbijdrage op tafel leggen, betekent dat de piste van de vermogensbelasting geen steun meer krijgt vanuit de sp.a. Dat is een gemiste kans om de vermogensbelasting, die door het Financieel Actie Netwerk (FAN) en de vakbonden al jaren gevraagd wordt, eindelijk op de politieke agenda te zetten en er een brede beweging rond op te bouwen. Sp.a-voorzitster Gennez en onderstreept heel duidelijk dat de vermogenswinstbijdrage geen bijkomende belasting op het vermogen zélf is: “Het gaat niet om een klassieke vermogensbelasting die bovenop de bestaande roerende en onroerende voorheffing komt.”

2. De sp.a is niet van plan om de 1 à 3 miljard opbrengst van de VWB te investeren in tewerkstelling of in de sociale zekerheid. Integendeel, de opbrengst wordt gebruikt om de lasten op arbeid verder te verlagen. Dat maakt van de VWB niet meer dan een louter symbolische maatregel tegen de rijken. “We zijn het eens dat de bijdragen op arbeid naar omlaag moeten,” schrijft Caroline Gennez in De Tijd, om de loonkloof met de buurlanden aan te pakken. Wel, wij zijn het daar niét mee eens. Ten eerste blijkt die zogenaamde loonkloof zo goed als onbestaande, zoals uit een studie van het ABVV bleek. En ten tweede zijn de patronale bijdragen de voorbije jaren al fors verlaagd. Volgens de laatst beschikbare cijfers van het Planbureau zijn de loonlastenverlagingen voor de werkgevers sinds 2005 met 4,4 miljard euro gestegen. Dat is quasi een verdubbeling. Nog verder de patronale bijdragen verlagen ondermijnt de sociale zekerheid, terwijl de discussie over bijvoorbeeld de financiering van de pensioenen meer dan ooit actueel is.

3. De vermogenswinstbijdrage belast, in tegenstelling tot een vermogensbelasting, niet de werkelijke rijkdom, en zelfs niet eens de werkelijke inkomsten uit vermogen. Net zoals het Nederlandse voorbeeld, gaat de VWB uit van een fictief rendement van 4 % op het vermogen. Met andere woorden: alleen het basisrendement (op het niveau van iets meer dan de rente van een spaarboekje) wordt belast. Al wat daarboven komt, wordt niet meer belast.

De gefortuneerden die de kunde en het kapitaal hebben om op de beurs en via risicovolle beleggingen rendementen van ver boven de 4 % te halen, worden op dat extra rendement helemaal niet belast, enkel op dat fictieve rendement van 4 %. De allerrijksten profiteren dus het meeste van dit systeem, terwijl de miljonairstaks door de progressieve aanslagvoeten, juist wel vooral die laag van superrijken treft.

4. De visietekst van de sp.a spreekt over een netto-opbrengst van 1 à 3 miljard euro, maar die wordt dan weer gebruikt om de sociale zekerheidsbijdragen verder te verlagen. Uiteindelijk schiet er dus niks over. Het geld van de vermogenden dient om de bedrijven nieuwe kortingen te geven. Dat is dus een soort vestzak-broekzakoperatie. Een volwaardige belasting op het vermogen zelf, zoals de miljonairstaks, brengt acht miljard euro per jaar op. Geld dat we ook echt nodig hebben: voor de financiering van de pensioenen, voor nieuwe jobs om het verlies van tienduizenden jobs door de crisis op te vangen...

Hoe werkt het systeem in Nederland?


De Nederlandse vermogensrendementheffing werkt als volgt. Eerst wordt het gemiddelde vermogen van iemand op jaarbasis berekend. Dat gebeurt door het vermogen op 1 januari op te tellen bij het vermogen op 31 december en vervolgens te delen door twee. De waarde van het huis en de daarbij behorende hypotheekschuld worden, niet meegerekend. Ook zogenaamde “roerende goederen voor eigen gebruik” (auto, caravan, boot…) vallen niet onder de vermogensrendementsheffing. Spaargeld en andere vermogensproducten tellen wel mee. Verder is er een algemene vrijstelling van 20.661 euro per volwassene en 2.762 euro per minderjarig kind. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke vrijstellingen.

Vervolgens wordt ervan uitgegaan dat dit vermogen 4 % rendement opbrengt. Of je dit ook werkelijk weet te behalen is voor de fiscus niet belangrijk. Al heb je dat jaar alleen maar verlies geleden op je beleggingen, of net een veel hoger rendement weten te realiseren, de fiscus gaat uit van 4 %.

Op dit ‘fictieve’ rendement wordt ten slotte een heffing van 30 % geheven. In het onderstaande voorbeeld ziet u hoe de vermogensrendementsheffing in de praktijk werkt voor een gezin van twee volwassenen.

Vermogen op 1 januari € 50.000  
Vermogen op 31 december € 80.000  
Gemiddelde vermogen (50.000 + 80.000) : 2 = € 65.000
Vrijstelling (€ 20.661 per persoon) 2 x € 20.661 = € 41.322
Grondslag voor heffing   € 23.678
Fictief rendement 4 % 4 % x € 23.678 
= € 947
Vermogensrendementsheffing  30 % x € 947 = € 284

Dit gezin betaalt dus 284 euro.