Ook onze rijken hebben recht op belastingen!
Na Warren Buffett eisen ook 16 Franse miljardairs voor zichzelf het recht op dat ze belast worden. Zouden ook de grote Belgische fortuinen niet het recht hebben op een specifieke bijdrage? En ja hoor, ook bij ons doet burggraaf Davignon een deur open die lang was dichtgespijkerd. Het taboe op de vermogensbelasting is weg. Het debat over verantwoordelijkheden in een samenleving kan beginnen.
Maar het moet gezegd, niet alle burggraven en miljardairs van bij ons volgen Davignon in zijn demarche. Ze verschuilen zich blijkbaar achter de paraplu van “no comment” tot het onweer voorbij is.
Het is hun schuld niet. Door van België een belastingparadijs voor de welstellenden te maken, hebben onze beleidsmakers er verwende kinderen van gemaakt. Stel u voor! Ze kregen hun coördinatiecentra, hun notionele interesten, hun vrijstelling op de meerwaarde van aandelen, hun afschaffing van de hoogste schalen op de hoogste inkomsten, hun herhaalde “eenmalige” fiscale amnestie, hun ruling en zoveel ander fiscaal speelgoed waar de modale belastingbetaler zelfs het bestaan niet van kent. En men zou vandaag hun “kleine spaargeld” willen prikken, zoals Gilles Samyn, de rechterhand van Albert Frère, het vermogen van de miljardair uit Gerpinnes omschrijft.
Alleen, er ontsnapt onze superrijken klaarblijkelijk een realiteit die hun zestien Franse collega’s en Buffett en Davignon beter hebben aangevoeld. Hoe kun je de bevolking zware bezuinigingsmaatregelen laten slikken als de miljonairs niet de indruk wekken dat ook zij hun duit in het zakje doen?
Natuurlijk kan men een vermogensbelasting bedenken die een totaal ander doel heeft, namelijk verhinderen dat de gewone burger een begroting ‘op z’n Grieks’ door de strot geduwd wordt. Dat veronderstelt dat de duit van de grote miljonairs geen symbolisch bedrag is, maar een stevige cent die de staatskas écht spijst.
Een voorbeeld? De familie de Spoelberch en cie, grootaandeelhouders van AB InBev en bezitters van het grootste vermogen van ons land. Als we ons laten inspireren door de recente uitlatingen van Roland Duchâtelet, nummer achttien in de lijst van rijkste Belgen, dan zouden we burggraaf de Spoelberch in het oor fluisteren om in enkele cafés de mensen wat Jupilers te gaan aanbieden. Media-effect gegarandeerd! Maar we zouden die cafébezoekers ook kunnen vertellen dat het fortuin van de de Spoelberchs tussen 2000 en 2010 met zomaar eventjes 1.600% is toegenomen en vandaag zo groot is als het hele budget van de RVA. En dan zouden we, op het gevaar af Duchâtelet te moeten tegenspreken, kunnen suggereren dat we die vermogens willen belasten om, laat ons zeggen, bij te dragen aan de sociale zekerheid.
Even het rekenmachientje erbij halen. De tien rijkste families van België hebben een totaal bezit van 37,5 miljard. Als we alleen al aan die tien families de “miljonairstaks” opleggen die de PVDA voorstelt (1% boven een miljoen euro, 2% vanaf 2 miljoen en 3% boven 3 miljoen), dan zouden we met de opbrengst één miljoen pensioentjes met 90 euro per maand kunnen optrekken. Zou het kunnen dat onze beleidsmakers aarzelen bij zo’n ingreep omdat ze een sociaal drama bij de tien families vrezen?
De miljonairstaks op de grote fortuinen levert 8,7 miljard per jaar op, en ze treft maar 2% van de bevolking. Dat is een maatregel die niet symbolisch is, maar een hoog realiteitsgehalte heeft. Als we dan ook nog stoppen met het fiscale sinterklaasfeest voor de kapitaalbezitters, dan zouden we het merendeel van de last laten dragen door mensen die niet weten wat het is om aan het einde van de maand met moeite de eindjes aan elkaar te kunnen knopen.
Marco Van Hees,
ambtenaar op het ministerie van Financiën en fiscaal specialist van de PVDA




