Skip to main content

Lessen van de Franse vermogensbelasting

Frankrijk is nog een van de weinige landen in Europa die een vermogensbelasting innen. Het Franse model geeft een idee over de mogelijkheden en de moeilijkheden.

Naast Frankrijk bestaat er ook in Finland, Noorwegen en Zweden een vermogensbelasting. Zwitserland heeft er een op cantonaal niveau. In Frankrijk werd de “solidariteitsbelasting op de vermogens” ingevoerd door president Mitterrand in 1982. Chirac schafte de taks in 1987 af, maar moest hem twee jaar later na massaal protest opnieuw invoeren. We focussen op het model van Frankrijk omdat het een buurland is met dezelfde vermogenskarakteristieken als België.

Wie betaalt?

In Frankrijk wordt er een progressief stijgende aanslagvoet gehanteerd, zoals in het voorstel van de PVDA. Vanaf een vermogen van 790.000 euro betaalt men er een belasting van 0,55 %. De aanslagvoet loopt vervolgens op samen met het fortuin. De laatste schijf is voor fortuinen vanaf 16.480.000 euro met een miljonairstaks van 1,8 %.

Opbrengst

In 2007 bracht de taks 4,4 miljard euro op. Dat is een pak minder dan de miljonairstaks die de PVDA voorstelt voor België. Het Franse model is dan ook nogal soft met lagere aanslagvoeten dan die in het voorstel van de PVDA. Bovendien betalen in de praktijk slechts 2 % van de Franse gezinnen zo’n vermogensbelasting, terwijl dat in theorie ongeveer 7 % van de gezinnen moet zijn. Dat komt omdat de belastingplichtigen zelf hun vermogen moeten schatten en aangeven. Het spreekt voor zich dat er dan sprake is van een zware onderschatting van het reële vermogen.

Solidariteit onder rijken. De grootste brok is voor de allerrijksten. De twee hoogste categorieën vertegenwoordigen slechts 1,6 % van degenen die een vermogensbelasting betalen, maar ze leveren 35 % van de totale opbrengst. De laagste categorie daarentegen omvat 47,6 % van de betalers, maar die brengen maar 7 % van de opbrengst bijeen.

Kapitaalvlucht (1)

Frankrijk toont duidelijk aan dat er bij een vermogensbelasting geen massale kapitaalvlucht is. Integendeel, het aantal aangiften stijgt zelfs. Op tien jaar tijd is het aantal aangiften in Frankrijk gestegen van 192.000 naar 565.000.

Kapitaalvlucht (2)

Ook de verandering van fiscale woonst is miniem. Volgens een Frans senaatsrapport ‘delokaliseerden’ 2.525 belastingplichtigen tussen 1997 en 2003, dat is minder dan 1 % van het totaal aantal belastingplichtigen van de vermogensbelasting. In 2006 bleek dat 843 Franse gezinnen hun fiscale verblijfplaats verhuisden naar een ander land. Tussen 1997 en 2006 ontsnapte in het totaal een fortuin van 18,6 miljard aan de vermogensbelasting op een totale belastbare basis van 900 miljard euro. Dat is natuurlijk geen peanuts, maar het verlies voor de Franse fiscus kwam gemiddeld neer op 150 miljoen euro per jaar, terwijl de jaaropbrengst 4,4 miljard euro bedraagt. Voor het handvol rijken dat andere oorden opzoekt moet men duidelijk de vermogensbelasting niet laten. En als de vermogensbelasting in meerdere landen zou worden toegepast, kan de effectiviteit ervan alleen maar stijgen. Het wordt dan moeilijker om van woonplaats te veranderen om de vermogensbelasting te ontwijken.