Het Franse voorbeeld voor de miljonairstaks
De Franse ‘impôt de solidarité sur la fortune’ werkt als volgt: boven 790.000 euro vermogen betaalt men een heffing van 0,55 tot 1,80 procent (in vijf verschillende schalen, naargelang de grootte van het fortuin). In 2007 bracht de taks 4,4 miljard euro op en dat was goed voor 1,6 % van de belastingontvangsten van de staat.
Het Franse voorbeeld toont dat het grote rendement van de allerrijksten komt. De ontvangsten uit de twee hoogste schalen − en daarbij gaat het om minder dan 2 procent van de vermogensbelastingbetalers − zijn goed voor 35 % van de totale opbrengst. 0,3 % van de belastingplichtigen (in de hoogste schaal) betaalt 17,5 % van de totale opbrengst. De laagste schaal omvat 47,6 % van de betalers maar levert maar 7 % van de opbrengst op. Een eerlijke verdeling.
| Vermogen in euro | Aanslagvoet | Belasting in euro |
|---|---|---|
| < 790.000 | 0 % | 0 |
| 790.000 tot 1.280.000 | 0,55 % | 0 tot 2.695 |
| 1.280.000 tot 2.520.000 | 0,75 % | 2.695 tot 11.995 |
| 2.520.000 tot 3.960.000 | 1,00 % | 11.995 tot 26.395 |
| 3.960.000 tot 7.570.000 | 1,30 % | 26.395 tot 73.325 |
| 7.570.000 tot 16.480.000 | 1,65 % | 73.325 tot 220.340 |
| > 16.480.000 | 1,80 % | > 220.340 |
Met een startbasis van 790.000 euro betaalt in Frankrijk slechts 2 % van de fiscale gezinnen een vermogensbelasting. Nochtans, als we aannemen dat de grootte en de verspreiding van de vermogens in Frankrijk vergelijkbaar is met die in België, zou dat volgens onze (theoretische) Tabel 1 ongeveer 7 % van de gezinnen moeten zijn (vanaf het 94e percentiel). De Franse tabel geeft met andere woorden de bedragen die in de praktijk belast worden.
Hoe is dat grote verschil tussen de theoretische Tabel 1 en de Franse praktische toepassing te verklaren?
- De belastingplichtigen moeten in Frankrijk zélf hun vermogen schatten en aangeven. Op tien jaar tijd is het aantal aangiften gestegen van 192.000 naar 565.000. Maar het spreekt vanzelf dat men rekening moet houden met flinke onderschatting van het reële vermogen. Wie een valse aangifte doet, kan als sanctie (theoretisch) een correctie krijgen voor de drie laatste jaren. Wie geen aangifte doet, kan tot tien jaar moeten teruggaan in de tijd. Een vermogenskadaster en de opheffing van het bankgeheim kunnen een einde maken aan die scheeftrekking.
- Het reële vermogen verschilt van het belastbare vermogen. Er zijn namelijk heel wat fiscale aftrekken die een grote groep terug beneden de belastbare barema's brengen. In Frankrijk wordt 30 % van de waarde van de eerste woning vrijgesteld. Verder is er een belastingvermindering per kind ten laste. Bovendien worden bezittingen voor beroepsdoeleinden en kunstwerken niet aangerekend. Ook aandelen die beschouwd worden als deel van het 'beroepspatrimonium' kunnen volledig (kmo's) of voor 50 % vrijgesteld worden. Op die manier wordt heel veel belasting ontweken. Wij stellen voor dat alleen een aftrek van 500.000 euro voor de eerste woning wordt behouden.
- Er bestaat ook een 'bouclier fiscal', een maximum plafond. De som van alle belastingen samen (op inkomens, vermogen, inkomens uit beleggingen...) kan in Frankrijk nooit meer dan 50 % bedragen. De budgettaire kost van deze 'bouclier fiscal' bedraagt 232,9 miljoen euro in 2007. De opbrengst van de vermogensbelasting zou meer dan 5 % hoger liggen zonder deze bouclier. Wij zijn voor de afschaffing ervan.
- Ten slotte is er nog de eigenlijke fiscale fraude, bijvoorbeeld door geld te plaatsen in fiscale paradijzen.
Ons voorstel van miljonairsbelasting is krachtdadiger dan het Franse voorbeeld en zorgt daardoor voor meer inkomsten. Toch blijft l’impôt de solidarité sur la fortune staande en levert ze het bewijs: zelfs één land apart kan een vermogensbelasting heffen en in stand houden, tegen de stroom in. Hoe méér landen dat doen, hoe minder moeilijk het wordt. En vooral: deze belasting is efficiënt. De aanslagvoeten blijven in Frankrijk beneden 2 %, met een maximum van 1,8 %. En toch levert de belasting 4 miljard euro op.
Er gaan in Frankrijk stemmen op om de startbasis op te trekken tot 1 miljoen euro. Dat zou 100.000 gezinnen uitsluiten van de vermogensbelasting en toch slechts een beperkte weerslag hebben op de opbrengst.
Wat met de kapitaalvlucht? Dat valt erg mee. Want het aantal aangiften stijgt elk jaar. Minder dan 1 % van de belastingplichtigen ging op de loop. Natuurlijk gaat het hier over heel rijke miljonairs, die verdwijnen. Maar ze blijven belastingplichtig voor hun immobiliën in Frankrijk. Zoals de Fransen ook belastingplichtig zijn voor hun bezittingen in het buitenland. Het gaat om een verlies van slechts 2,2 %. Op een aanslagbasis van 900 miljard euro betreft het een kleine 20 miljard. Bref, daar moeten we het niet voor laten.
Besluit: het Franse voorbeeld, hoe zacht ook, toont dat deze fiscale trendbreuk vijf vliegen in één klap vangt:
- Ze is efficiënt, brengt veel geld in het laatje.
- Ze treft enkel de multimiljonairs.
- Ze maakt geld vrij voor werk en welvaart.
- Ze is een bescherming tegen besparingen.
- Ze versterkt de solidariteit in de samenleving.
Die trendbreuk is zéér nodig. Het aandeel van het nationaal inkomen dat naar bedrijfswinsten en renten gaat, is historisch hoog. Maar nooit was de inbreng van de bedrijfswinsten en van de vermogens in het totaal van de overheidsinkomsten zo laag. De vennootschapsbelasting is gezakt tot minder dan 8 % van alle fiscale ontvangsten. De fiscale inkomsten uit vermogens (successierechten1, beurstaksen, taksen op spaarboekjes,…) zijn heel klein.
Vandaag vormen de verbruiksbelastingen (btw2 en accijnzen3) de grootste brok (ongeveer 40 %) van de fiscale inkomsten. Die worden vooral door de mensen met een gewoon inkomen betaald. De belastingen uit de inkomens uit arbeid bedragen 37 % van het geheel. Rechtvaardig?
1. Successierechten: erfbelasting, een belasting die wordt geheven in geval van erfenissen.
2. De btw, ‘belasting op de toegevoegde waarde’, is een belasting op producten en diensten. Op luxeproducten (maar ook op energie!) wordt een hoog btw-tarief (21 %) aangerekend. Voor andere levensmiddelen geldt een lager tarief (12 % of 6 %). De btw is sociaal onrechtvaardig omdat zij iedereen evenveel laat betalen, ongeacht het inkomen.
3. Er zijn onder meer accijnzen op alcoholische dranken, rookwaren, frisdranken en brandstoffen.



